Engelse wals
De quickstep is een ballroom dans in vier- kwarts maat, vergelijkbaar met de maat van een snelle foxtrot. Ondanks deze gelijkenis heeft deze dans een eigen stijl en techniek.
De Quickstep is in de jaren 20 ontstaan uit een combinatie van de Foxtrot, Charleston, Shag, Peabody en One Step. De dans is van oorsprong Engels en is in 1927 gestandaardiseerd. De Quickstep is ondertussen een volledig op zichzelf staande dans geworden, hoewel de invloeden van de oorspronkelijke dansen nog steeds wel zichtbaar zijn.
Richting het einde van de 20ste eeuw is de Quickstep op hoog niveau steeds sneller geworden. Tegenwoordig wordt veel gebruik gemaakt van hopjes, rennen, veel momentum en snel en veel draaien. Dit is vooral mogelijk gemaakt door het gebruik van tussenmaten. Op lager niveau is dit allemaal in veel mindere mate aanwezig. Dit maakt de dans erg geschikt voor beginners en op de meeste dansscholen wordt deze dans dan ook als één van de eerste dansen geleerd.
De muziek waarop de quickstep wordt gedanst is levendig en heeft standaard tussen de 50 en 52 maten per minuut. Typische nummers voor een Quickstep zijn onder andere:
Chariot - Gavin DeGraw
Country Roads - John Denver
Don't Get Me Wrong - The Pretenders
Driving Home For Christmas - Chris Rea
Friend Like Me uit Aladdin.
Happy Feet - Milton Ager
Hey There Delilah - Plain White T's
Here Comes My Baby - The Mavericks
Ik Meen 'T - André Hazes
I'm So Excited - The Pointer Sisters
You Can't Hurry Love - Diana Ross & The Supremes
Nah Neh Nah - Vaya con Dios
Never Ever Let You Go - Rollo & King
Nine To Five - Dolly Parton
Sing Sing Sing - Louis Prima
Smile - Lilly Allen
Stars Are Blind - Paris Hilton
The Way To Your Heart - The Soulsisters
Top Of The World - Carpenters
Walking On Sunshine - Katrina & The Waves
Wild - Monique Smit
You're The One That I Want - Olivia Newton-John
De dans maakt, vooral op hoger niveau, veel gebruik van figuren die in quick's en quick-en's worden geteld. Dit geeft veel snelheid aan de Quickstep, ondanks dat het geheel er lichtvoetig en soepel uit hoort te blijven zien.
Engelse wals
De Engelse wals is een stijldans die in 1921 is ontstaan. De voorloper van de Engelse wals is de Boston, die reeds in 1874 vanuit de Verenigde Staten werd ingevoerd. Rond 1926 kreeg de dans pas de vorm zoals wij die nu kennen. Het woord wals betekent letterlijk draaien.
De muziek waarop een Engelse wals wordt gedanst heeft een driekwartsmaat en standaard tussen de 28 en 31 maten per minuut (uitzonderlijk zelfs trager tot 20 maten per minuut maar dan zeer moeilijk te dansen). Kenmerkend bij het dansen is het romantische en langzame karakter en het rijzen op tel twee tot een "hoogtepunt" op tel drie waarop alweer de daling ingezet wordt om op tel één laag en ver te kunnen gaan, waardoor de dans een 'golvend' element krijgt. De passen van deze dans zijn heel zwierig en soepel. Ze lopen in een vloeiende beweging door. Dit wordt bereikt door bij de voorwaartse passen over de hak en de achterwaartse passen over de bal van de voet zo laag mogelijk door de knieën te gaan, afgewisseld met hoge passen over de tenen. De zijwaartse passen (chassées) worden altijd over de tenen (bal van de voet) genomen. De hele dansvloer wordt tijdens de dans benut. De tweede tel, de zijwaartse pas behoort groot te worden gemaakt.
De basiscombinatie's waaruit de wals is opgebouwd zijn de zgn. wisselpassen (left~en right foot closed change) en draaien (natural turn en reverse turn). Een wisselpas is een pas voorwaarts, een pas zijwaarts en een weinig naar voren en vervolgens de andere voet weer bijsluiten. De naam wisselpas komt voort uit het feit dat men na deze combinatie met de andere voet weer verder danst, hence gewisseld van voet. De draaien zijn vergelijkbaar met de wisselpas enkel wordt nu een 3/8 draai toegevoegd. Bij de rechtse draai is dit rechtsom en idem bij de linkse draai linksom. Een basiscombinatie wordt gevormd door 2x rechtse draaibeweging (1x voorwaarts en 1x achterwaarts, de natural turn) vervolgen met de wisselpas met rechts (right foot closed change) 2x linkse draai (1x voorwaarts en 1x achterwaarts, de reverse turn) en vervolgen met de wisselpas met links (left foot closed change). De basis vorm kent ook een verticale beweging, genoemd het rijzen en dalen. Deze verticale beweging ontstaat uit het swing en sway principe. De danser swingt zijn been zijwaarts waardoor het lichaam een lichte curve heeft op het einde van de beweging. Deze curve, vergelijkbaar met het zgn. "hangen in de bocht" zorgt ervoor dat de energie van de beweging opgevangen wordt. De energie van de beweging wordt deels door de opgaande beweging (rise cq rijzen) als door de curve in het lichaam geabsorbeerd. Dat geeft de karakteristieke pendel een beweging die vergelijkbaar is met de slinger van een klok.
Bekende basisvariaties in de Engelse wals zijn de spinturn, de weave, de whisk en de chasse. Andere voorbeelden zijn: contra check, hesitation, whisk, fallaway.
Jive
De Jive is de laatst ontwikkelde Latijns-Amerikaanse dans en is rond 1940 ontwikkeld uit de jitterbug, door de Amerikaanse soldaten meegebracht naar Europa tijdens de 2e wereldoorlog. Er zijn ook invloeden van Rock & Roll, bebop en de Swing (dans) Americaanse Swing maar zonder de acrobatische elementen.
Jiven wordt ook wel gebruikt als verzamelnaam voor verschillende dansen waaronder de Lindy Hop, Shag, Shag Hop, Jitterbug, Rock 'n Roll, Boogie Woogie, Style Swing.
Jive is één van de vijf latin-dansen. De meeste figuren worden gedanst op basis van 6 tellen, dus anderhalve maat. Sommige zoals de link-and-wip worden op 8 tellen gedanst. De houding is losser in vergelijking met andere latin-dansen zoals cha-cha-cha, rumba of paso-doble. De jive wordt gedanst op een ritme van 42/44 maten per minuut.
Rumba
Het woord zelf komt uit Spanje en betekent letterlijk 'feest'. Een zanger doet zijn verhaal, enkel begeleid door percussie (enkele trommels en een houten blokje). Omstanders dansen, zingen en klappen mee. Door de slavenhandel is deze manier van muziek maken naar het Amerikaanse continent - in dit geval Cuba - gebracht. Daarnaast bestaat er ook een Spaanse rumba en een (weergekeerde) Afrikaanse rumba, beide geïnspireerd op die Cubaanse populaire muziek.
De originele Afrikaanse rumba werd zeer snel gedanst. De bewegingen van de man waren agressief en die van de vrouw defensief. Het is de dans van de haan en de hen.
De rumba evolueerde naar een moderne dans nadat hij populair gemaakt werd door Xavier Cugat en zijn orkest in de Coconut Groove te Los Angeles tijdens de jaren 20 van vorige eeuw. Rond 1954 werd de dans ook in Frankrijk en daarna in de rest van Europa ingevoerd en werd de uitvoering meer gestileerd met elegante bewegingen van armen en benen. De basis van die stijl werd gelegd door het dansduo Pierre en Lavelle in 1955.
Het ritme van de rumba werd met de tijd steeds trager.
De 17-voudige wereldkampioenen latindansen Donnie Burns en Gaynor Fairweather beïnvloedden die evolutie naar een nog trager ritme zodat ze snellere bewegingen konden maken in gesyncopeerde (syncopatie) passen.
De rumba wordt aanzien als de dans der verleiding: in tegenstelling tot de Afrikaanse versie is het hier de vrouw die haar partner verleidt door hem beurtelings aan te trekken en dan weer af te wijzen. Een typische beweging van de rumba ziet men vooral in de heup op de eerste van de vier tellen. In de basispas gaat dit als volgt: voor (tel 2)- terug (tel 3)- zij (tel 4)- nu pas gewicht op deze heup plaatsen en dit been strekken (tel 1) waardoor deze heup hoog komt en de andere laag.
De rumba in het stijldansen heeft een ritme van 24/26 maten per minuut. Dit tempo lag enkele jaren nog een 2-tal maten hoger.
De rumba is één van de vijf latin competitiedansen en is daarin de dans waarin de meeste persoonlijke expressie gelegd wordt.
Tango
De tango is een stijldans behorende bij de ballroomdiscipline en afkomstig uit La Boca in Buenos Aires, Argentinië. De dans is afgeleid van de Argentijnse tango, maar de dansen verschillen zowel van karakter als van muziek.
De tango werd na zijn internationale doorbraak in de jaren twintig minder sensueel en meer gestyleerd gedanst. Na zijn introductie in meerdere Hollywood-films werd hij vooral in Frankrijk zeer populair omstreeks 1920. Zoal bij vele dansen werd hij onder Engelse invloed gestandaardiseerd tot een competitiedrang. Hij is één van de vijf ballroom(standaard)dansen. De laatste jaren werd hij echter vooral onder invloed van Italiaanse wereldkampioenen ballroomdansen levendiger, sneller en sensueler en er is een hernieuwde inbreng vanuit de oorspronkelijke Argentijnse tango, terwijl deze laatste dan weer meer evolueert in de richting van de internationale stijl van de latin-dansen.
De ballroomtango wordt gedanst op muziek in tweekwarts maat met bijaccenten.
De ballroomtango lijkt wel enigszins op de oorspronkelijke Argentijnse tango. In tegenstelling tot de oorspronkelijke tango bezit de muziek een "strikt tempo" van omstreeks 31 tot 33 maten per minuut. Daardoor is de dans wat vlakker en heeft deze een minder sensueel karakter. De strakke, staccato bewegingen, met name de hoofdacties van de dame, zijn kenmerkend voor de ballroomtango. De houding bij de tango is anders dan bij de andere ballroomdansen, omdat de dame haar linkerhand niet op de schouder van de heer heeft liggen, maar om zijn elleboog heen klemt en haar vingers hierbij tegen de ribbenkast van de heer aandrukt. De hand van de heer ligt niet achteraan de linkerschouder van de dame maar iets lager en meer in het midden van de rug. De tango wordt vlak gedanst met licht gebogen knieën in tegenstelling met de andere standaarddansen waar het rijzen en dalen van het lichaam een grote rol speelt.
Cha cha cha
De chachacha is een dans die is ontstaan in Cuba en in het begin van de jaren 50 opdook in de Amerikaanse danszalen als stijldans.
In 1953 ontstond de chachacha doordat het Cubaanse dansorkest 'America' uit Havana de Dazon begon te spelen met een extra gesyncopeerde tel, waardoor het klonk als een slow-mambo. Later werd dit verder aangepast tot de huidige dans ontstond: de chachacha, genoemd naar het geluid dat de zij-sluit-zij-pasjes in het basisfiguur maken op de vloer.
De chachacha werd eerst ook wel triple-mambo genoemd omdat hij een gesyncopeerd ritme heeft: in plaats van de basispas van de mambo "voor-terug-zij" is hier een "voor-terug-zij-sluit-zij" ritme waarbij de "zij-sluit-zij" sneller gedanst worden dan de andere passen. Belangrijk bij deze dans is het strekken van de benen na het zij-sluit-zij waarbij de strekkende houding op de laatste zijwaartse stap ligt. Bij de voorwaartse en achterwaartse passen is het belangrijk dat het gewicht van de ene voet naar de andere voet wordt verplaatst en de voet bij het naar voren en achteren gaan iets naar buiten wordt gedraaid zodat de heup ook naar buiten wordt gedraaid en de heupactie ontstaat die zeer kenmerkend is voor de dans. De voorwaartse en achterwaartse passen moeten "ball-flat" worden gedanst, dit wil zeggen eerst het voorste deel van de voet neerzetten en dan de hiel neerzetten. Bij de chachacha blijft de danser(es) met de voeten zoveel mogelijk contact houden met de vloer.
Er zijn veel variaties en stijlen mogelijk. De meest voorkomende stijl is de losse stijl waarbij niet in danshouding wordt gedanst. Enkele variaties: hand to hand, new yorker, alamana, rope spin, hip twist, outside step, turkish towel.
De muziek waarop de chachacha gedanst wordt, heeft een vierkwartsmaat en kent een snelheid die standaard 30 tot 34 maten per minuut bedraagt. Veel van de moderne popmuziek en discomuziek uit de jaren '70 en '80 is geschikt om een chachacha op te dansen, wat bijdraagt aan de populariteit van deze dans. De beste chachacha muziek is echter van Latijns-Amerikaanse origine.
Typische begeleidingsinstrumenten in de chachacha zijn de ratelinstrumenten als de maracas, guiro en kabassa
Foxtrot
De foxtrot is een stijldans die rond 1910 in de Verenigde Staten ontstond. De dans lijkt veel op de quickstep, die uit de foxtrot is ontstaan, maar is simpeler en langzamer. De dans behoort bij de ballroomdansen, maar behoort niet bij de internationale standaarddansen en wordt dus niet gedanst in stijldanswedstrijden.
Europa maakte voor het eerst kennis met de foxtrot na de Eerste Wereldoorlog. Op een conferentie in Londen werd in 1920 voor de eerste keer orde geschapen in het woud van verschillende passen en draaien. Vanaf 1924 kan men naast de gewone variant, de foxtrot, een langzame variant, de slowfox, en een snellere variant, de quickstep onderscheiden.
In 1963 werd de foxtrot in het Duitse Welttanzprogramm opgenomen, en zo op dansscholen onderwezen.
Het is niet helemaal duidelijk waar de naam foxtrot vandaan komt, omdat verschillende bronnen elkaar tegenspreken. De populairste verklaring dat de dans vernoemd is naar de passen (Engels: trot) van een vos (fox) is naar alle waarschijnlijkheid onjuist.
Een andere verklaring is dat de naam foxtrot is vernoemd van de toneelspeler Harry Fox, die voor zijn toentertijd populaire variété "Harry Fox & the Zigfeld Follies" passen uit de Onestep en de Castle Walk combineerde. De benaming Foxtrot werd een synoniem voor een scala aan zogenaamde "rijs- en daal" dansen, waarvan de meeste vandaag de dag niet meer bestaan. In ieder geval is vast te stellen dat de Foxtrot elementen uit de ragtime, onestep, twostep en castle walk in zich heeft.
In tegenstelling tot de slowfox en de quickstep, die technisch nogal complex zijn, is de foxtrot vrij simpel en makkelijk te leren. De passen zijn simpel, en bijzondere danshoudingen, poses of moeilijke figuren bestaan er niet voor. Waar vooral op gelet moet worden is het "huppelen" op de snellere zij-sluit passen. Hoewel het verleidelijk is om te doen, hoort het niet bij de dans en ziet het er vreemd uit. Vanwege zijn eenvoud wordt de foxtrot door dansscholen graag gebruikt als instapdans, waarbij er niet veel naar techniek gekeken wordt.
Traditioneel wordt de foxtrot op popmuziek gedanst, in hedendaagse dansscholen ook graag op de wat meer modernere hiphop. De foxtrot heeft een vierkwartsmaat.