Salsa
Salsa is een zeer populaire dans van Caribische oorsprong. Vroeger werd er alleen rechtsvoor gedanst. Maar tegenwoordig zijn er verschillende manieren om Salsa te dansen: Op de eerste tel (op de een), op de tweede tel (de zogenaamde New Yorkstijl, nauw verwant aan de Mambo), op de drie (veel Antillianen dansen op de 3) of op de 4e tel (o.a. de Son wordt op de 4e tel gedanst). Maar dit allemaal met linksvoor.
Salsa is geen statische stijl maar legt de nadruk op beweging. Dat betekent ook dat er geen vaste volgorde is waarin wordt gedanst. De man leidt en bepaalt aan de hand van de muziek ter plekke de figuren.
Een set danspassen in een salsadans is onderverdeeld in 8 tellen verdeeld over twee maten van 4 tellen. Omdat de 4e en 8e tel vaak een rust is wordt er vaak op de volgende manier meegeteld:
1, 2, 3.... 5, 6, 7....
Merengue
Merengue is een muziek- en dansstijl die evenals de Bachata afkomstig is uit de Dominicaanse Republiek. Het tempo ligt hoger dan dat van salsa en de basis-danspas eenvoudiger (1,2,1,2 versus 1,2,3-5,6,7 in de salsa). Nog hoger ligt het tempo bij de zogenaamde 'hot merengue': die heeft wellicht het snelste ritme van alle Latijns-Amerikaanse muziekstijlen en dansen. Typisch voor merengue is de heupbeweging. In de basispas: de linkervoet gaat zijwaarts naar links zonder er op te steunen terwijl het rechterbeen gestrekt blijft waardoor de linkerheup laag blijft (tel 1), nu wordt het lichaamsgewicht verplaatst naar de linkervoet. Tegelijk wordt het linkerbeen gestrekt waardoor de linkerheup omhoog komt, het rechterbeen ont-strekt zodat de rechterheup daalt en de rechtervoet wordt bijgeschoven. De rechterheup is nu dus laag en de rechterknie is gebogen (tel 2). Tenslotte komt het gewicht opnieuw op de rechtervoet, het been wordt gestrekt waardoor de rechterheup omhoog komt en tegelijk wordt de linkervoet zijwaarts uitgestoken (opnieuw tel 1).
Traditioneel wordt de merengue gespeeld met een tambora (drum), een guira en een accordeon. Tegenwoordig worden ook congas, bongos, keyboard en diverse blaasinstrumenten gebruikt.
Bekende merenguemuzikanten zijn onder meer Juan Luis Guerra, Elvis Crespo, Johnny Ventura, Kinito Mendez, Miriam Cruz, Fernandito Villalona en Las Chicas Del Can.
Bachata
Bachata wordt met een partner gedanst (man met vrouw, soms vrouw met vrouw). Op verschillende plaatsen in de wereld wordt bachata op verschillende manieren gedanst. Er zijn geen strakke regels. In grote lijnen vallen drie danswijzen te onderscheiden: 1. Dominicaanse stijl. Er wordt gedanst op enige afstand terwijl elkaars handen worden vastgehouden. Vaak worden er veel snelle tussenpasjes gezet. De bewegingen zijn doorgaans spontaan en aangepast aan de specifieke song. Draaien worden zelden gemaakt. Complexe combinaties van draaien (zoals bij salsa) worden nooit gemaakt. De laatste jaren heeft de Dominicaanse dansstijl zich gemengd met reggeaton invloeden. De Dominicaanse stijl is de meest geavanceerde en creatieve bachata dansstijl. 2. Dansschool stijl. Op dansscholen in de VS en Europa wordt bachata vaak geleerd in een klassieke danshouding waarbij beide danspartners dicht tegenover elkaar dansen met hun rechterhand achter op de rug van de partner. Er worden meestal geen snelle pasjes gemaakt. Daarentegen worden vaak wel enkele draaien geleerd. 3. Antilliaanse stijl. Op Curaçao, en vanuit daar overgewaaid naar Nederland en zelfs naar andere landen, is een bachata danswijze ontstaan waarbij telkens op de vierde (laatste) tel van de maat een heup wordt opgetild en een 'hopje' wordt gemaakt. De oudere generatie Antillianen tilt daarbij soms ook de schouder op. Ten onrechte wordt vaak gedacht dat zo'n hopje een vast onderdeel is van bachata dansen. In het land van herkomst, de Dominicaanse Republiek, wordt dit hopje echter niet gebruikt.
De verschillen tussen de bachata dansstijlen zijn behoorlijk groot. De overeenkomst is dat als je op de eerste tel van de vorige maat met links een stap zette, je op de eerste tel van de volgende maat een stap met rechts zal zetten, en bij de daaropvolgende maat wordt weer begonnen met links, etc. Bij de Dominicaanse stijl zal de tussenliggende tijd op een creatieve wijze worden ingevuld die past bij de specifieke song. Bij de dansschool stijl zal daarentegen altijd eenzelfde invulling worden gegeven aan de vier tellen in de maat: 1) stap links, 2) stap rechts, 3) stap links, 4) pas op plaats rechts, vervolgens 1) stap rechts, 2) stap links, 3) stap rechts, 4) pas op plaats links. Deze cyclus herhaalt zich telkens. Bij de vierde tel kan eventueel het Antilliaanse hopje worden gebruikt.
Op dansscholen wordt geleerd om op de eerste tel van de maat te beginnen, waarmee de muziekmaat (van vier tellen) samenvalt met de dansmaat. Echter, Dominicanen beginnen behalve op de eerste tel vaak ook op de tweede tel en soms op de derde. Dit kan o.a. afhangen van de baslijn. Zonder na te denken wordt begonnen op die tel die het beste past bij de song die gespeeld wordt. In zijn algemeenheid varieert ook de dansstijl tussen snelle bachatas die los (met alleen de handen vast) gedanst worden, en romantische bachata's die dichter tegen elkaar aan worden gedanst met meer fysiek contact.
Zouk
Men zou kunnen stellen dat de Zouk de nieuwe Lambada is. Omdat het ritme van de Zouk perfect geschikt is om Lambada op te dansen, is in Brazilië de Lambada de basis van de dans die bij Zouk hoort. Omdat veel Zouk muziek Franstalig is, noemen Brazilianen Zouk soms de Franse Lambada. De oorspronkelijke Lambada is een vrij snelle dans, die vooral in de jaren 1980 populair was. De muziek is echter nauwelijks nog in trek. De dans is rustiger en zwieriger, en wordt daardoor als sensueel en romantisch ervaren. Opvallend bij Zouk is net als bij de Lambada het vele "haarzwaaien": het haar wordt door een knik of draai met het hoofd naar voren -, naar achteren -, of opzij gegooid. Dit kan zwaar zijn voor de nek. Door het vele achteroverbuigen van de dames, krijgt ook de rug het zwaar te verduren. Deze bewegingen schrikken sommige mensen af, omdat ze bang zijn voor blessures. Toch kan Zouk ook prima zonder deze bewegingen worden gedanst. Er zijn ruwweg drie dansen die sterk op elkaar lijken. De langzame en sensuele Zouk, die gestapt wordt op 1-34 in een vierkwartsmaat (lang-kort-kort) en veel diepe bewegingen telt, de oorspronkelijke Lambada waarbij wordt gestapt op 123 en de nadruk ligt op de bewegingen boven de gordel, en daarom geschikt is voor veel snellere up tempo muziek. En een tussenvorm, de LambaZouk, die de 123 als basis neemt, maar veel van de diepe bewegingen van de Zouk heeft overgenomen.